Statenvertaling · Geen dienstbaarheid meer
17Zij ijveren niet recht over u; maar zij willen ons uitsluiten, opdat gij over hen zoudt ijveren.
18Doch in het goede te allen tijd te ijveren is goed, en niet alleenlijk, als ik bij u tegenwoordig ben;
19Mijn kinderkens, die ik wederom arbeide te baren, totdat Christus een gestalte in u krijge.