Galaten 4:11-20

Statenvertaling · Geen dienstbaarheid meer

11Ik vrees voor u, dat ik niet enigszins tevergeefs aan u gearbeid heb.

12Weest gij als ik, want ook ik ben als gij; broeders, ik bid u; gij hebt mij geen ongelijk gedaan.

13En gij weet, dat ik u door zwakheid des vleses het Evangelie de eerste maal verkondigd heb;

14En mijn verzoeking, die in mijn vlees geschiedde, hebt gij niet veracht noch verfoeid; maar gij naamt mij aan als een engel Gods, ja, als Christus Jezus.

15Welke was dan uw gelukachting? Want ik geef u getuigenis, dat gij, zo het mogelijk ware, uw ogen zoudt uitgegraven, en mij gegeven hebben.

16Ben ik dan uw vijand geworden, u de waarheid zeggende?

17Zij ijveren niet recht over u; maar zij willen ons uitsluiten, opdat gij over hen zoudt ijveren.

18Doch in het goede te allen tijd te ijveren is goed, en niet alleenlijk, als ik bij u tegenwoordig ben;

19Mijn kinderkens, die ik wederom arbeide te baren, totdat Christus een gestalte in u krijge.

20Doch ik wilde, dat ik nu tegenwoordig bij u ware, en mijn stem mocht veranderen; want ik ben in twijfel over u.

Lees heel Galaten 4 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees Galaten 4:11-20 in de interactieve Bijbel →