Galaten 1:15-24

Statenvertaling · Schrijver – Lezers – Groet

15Maar wanneer het Gode behaagd heeft, Die mij van mijner moeders lijf aan afgezonderd heeft, en geroepen door Zijn genade,

16Zijn Zoon in mij te openbaren, opdat ik Denzelven door het Evangelie onder de heidenen zou verkondigen, zo ben ik terstond niet te rade gegaan met vlees en bloed;

17En ben niet wederom gegaan naar Jeruzalem, tot degenen, die voor mij apostelen waren; maar ik ging henen naar Arabie, en keerde wederom naar Damaskus.

18Daarna kwam ik na drie jaren weder te Jeruzalem om Petrus te bezoeken, en ik bleef bij hem vijftien dagen.

19En zag geen ander van de apostelen, dan Jakobus, den broeder des Heeren.

20Hetgeen nu ik u schrijf, ziet, ik getuig voor God, dat ik niet lieg!

21Daarna ben ik gekomen in de gewesten van Syrie en van Cilicie.

22En ik was van aangezicht onbekend aan de Gemeenten in Judea, die in Christus zijn.

23Maar zij hadden alleenlijk gehoord, dat men zeide: Degene, die ons eertijds vervolgde, verkondigt nu het geloof, hetwelk hij eertijds verwoestte.

24En zij verheerlijkten God in mij.

Lees heel Galaten 1 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees Galaten 1:15-24 in de interactieve Bijbel →