Filippenzen 2:4-15

Statenvertaling · Aanbeveling van Timoteüs en Epafroditus

4Een iegelijk zie niet op het zijne, maar een iegelijk zie ook op hetgeen der anderen is.

5Want dat gevoelen zij in u, hetwelk ook in Christus Jezus was;

6Die in de gestaltenis Gods zijnde, geen roof geacht heeft Gode even gelijk te zijn;

7Maar heeft Zichzelven vernietigd, de gestaltenis eens dienstknechts aangenomen hebbende, en is den mensen gelijk geworden;

8En in gedaante gevonden als een mens, heeft Hij Zichzelven vernederd, gehoorzaam geworden zijnde tot den dood, ja, den dood des kruises.

9Daarom heeft Hem ook God uitermate verhoogd, en heeft Hem een Naam gegeven, welke boven allen naam is;

10Opdat in de Naam van Jezus zich zou buigen alle knie dergenen, die in den hemel, en die op de aarde, en die onder de aarde zijn.

11En alle tong zou belijden, dat Jezus Christus de Heere zij, tot heerlijkheid Gods des Vaders.

12Alzo dan, mijn geliefden, gelijk gij te allen tijd gehoorzaam geweest zijt, niet als in mijn tegenwoordigheid alleen, maar veelmeer nu in mijn afwezen, werkt uws zelfs zaligheid met vreze en beven;

13Want het is God, Die in u werkt beide het willen en het werken, naar Zijn welbehagen.

14Doet alle dingen zonder murmureren en tegenspreken;

15Opdat gij moogt onberispelijk en oprecht zijn, kinderen Gods zijnde, onstraffelijk in het midden van een krom en verdraaid geslacht, onder welke gij schijnt als lichten in de wereld;

Lees heel Filippenzen 2 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees Filippenzen 2:4-15 in de interactieve Bijbel →