Ezra 8:26-28

Statenvertaling · Vertrek en aankomst te Jeruzalem

26Ik woog dan aan hun hand zeshonderd en vijftig talenten zilvers, en honderd zilveren vaten in talenten; aan goud, honderd talenten;

27En twintig gouden bekers, tot duizend drachmen; en twee vaten van blinkend goed koper, begeerlijk als goud.

28En ik zeide tot hen: Gij zijt heilig den HEERE, en deze vaten zijn heilig; ook dit zilver en dit goud, de vrijwillige gave, den HEERE, den God uwer vaderen.

Lees heel Ezra 8 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees Ezra 8:26-28 in de interactieve Bijbel →