Ezra 8:22-23

Statenvertaling · Vertrek en aankomst te Jeruzalem

22Want ik schaamde mij van den koning een heir en ruiters te begeren, om ons te helpen van den vijand, op den weg; omdat wij tot den koning hadden gesproken, zeggende: De hand onzes Gods is ten goede over allen, die Hem zoeken, maar Zijn sterkte en Zijn toorn over allen, die Hem verlaten.

23Alzo vastten wij; en verzochten zulks van onzen God; en Hij liet zich van ons verbidden.

Lees heel Ezra 8 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees Ezra 8:22-23 in de interactieve Bijbel →