Ezra 3:10-11

Statenvertaling · Herstel van het altaar en de tempelgrond

10Als nu de bouwlieden den grond van des HEEREN tempel legden, zo stelden zij de priesteren, aangekleed zijnde, met trompetten, en de Levieten, Asafs zonen, met cimbalen, om den HEERE te loven, naar de instelling van David, den koning van Israel.

11En zij zongen bij beurten, met den HEERE te loven en te danken, dat Hij goedig is, dat Zijn weldadigheid tot in eeuwigheid is over Israel. En al het volk juichte met groot gejuich, als men den HEERE loofde over de grondlegging van het huis des HEEREN.

Lees heel Ezra 3 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees Ezra 3:10-11 in de interactieve Bijbel →