Ezra 2:41-61

Statenvertaling · De lijst van terugkerenden

41De zangers. De kinderen van Asaf honderd acht en twintig.

42De kinderen der poortiers. De kinderen van Sallum, de kinderen van Ater, de kinderen van Talmon, de kinderen van Akkub, de kinderen van Hatita, de kinderen van Sobai; deze allen waren honderd negen en dertig.

43De Nethinim. De kinderen van Ziha, de kinderen van Hasufa, de kinderen van Tabbaoth;

44De kinderen van Keros, de kinderen van Siaha, de kinderen van Padon;

45De kinderen van Lebana, de kinderen van Hagaba, de kinderen van Akkub;

46De kinderen van Hagab, de kinderen van Samlai, de kinderen van Hanan;

47De kinderen van Giddel, de kinderen van Gahar, de kinderen van Reaja;

48De kinderen van Rezin, de kinderen van Nekoda, de kinderen van Gazzam;

49De kinderen van Uza, de zonen van Paeah, de kinderen van Bezai;

50De kinderen van Asna, de kinderen der Mehunim, de kinderen der Nefusim;

51De kinderen van Bakbuk, de kinderen van Hakufa, de kinderen van Harhur;

52De kinderen van Bazluth, de kinderen van Mehida, de kinderen van Harsa;

53De kinderen van Barkos, de kinderen van Sisera, de kinderen van Thamah;

54De kinderen van Neziah, de kinderen van Hatifa.

55De kinderen der knechten van Salomo. De kinderen van Sotai, de kinderen van Sofereth, de kinderen van Peruda;

56De kinderen van Jaala, de kinderen van Darkon, de kinderen van Giddel;

57De kinderen van Sefatja, de kinderen van Hattil, de kinderen van Pocheret-Hazebaim, de kinderen van Ami.

58Al de Nethinim, en de kinderen der knechten van Salomo, waren driehonderd twee en negentig.

59Dezen togen ook op van Tel-melah, Tel-harsa, Cherub, Addan en Immer; doch zij konden hunner vaderen huis en hun zaad niet bewijzen, of zij uit Israel waren.

60De kinderen van Delaja, de kinderen van Tobia, de kinderen van Nekoda, zeshonderd twee en vijftig.

61En van de kinderen der priesteren, de kinderen van Habaja, de kinderen van Koz, de kinderen van Barzillai, die van de dochteren van Barzillai, den Gileadiet, een vrouw genomen had, en naar hun naam genoemd was.

Lees heel Ezra 2 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees Ezra 2:41-61 in de interactieve Bijbel →