Ezechiël 9:5-7

Statenvertaling · Het gericht over de inwoners van Jeruzalem

5Maar tot die anderen zeide Hij voor mijn oren: Gaat door, door de stad achter hem, en slaat, ulieder oog verschone niet, en spaart niet!

6Doodt ouden, jongelingen en maagden, en kinderkens en vrouwen, tot verdervens toe; maar genaakt aan niemand, op denwelken het teken is, en begint van Mijn heiligdom. En zij begonnen van de oude mannen, die voor het huis waren.

7En Hij zeide tot hen: Verontreinigt het huis, en vervult de voorhoven met verslagenen; gaat henen uit. En zij gingen henen uit, en zij sloegen in de stad.

Lees heel Ezechiël 9 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees Ezechiël 9:5-7 in de interactieve Bijbel →