Ezechiël 8:11-12

Statenvertaling · Afgodendienst in Jeruzalems tempel

11En zeventig mannen uit de oudsten van het huis Israels, met Jaazanja, den zoon van Safan, staande in het midden van hen, stonden voor hun aangezichten; en een ieder had zijn rookvat in zijn hand, en een overvloedige wolk des reukwerks ging op.

12Toen zeide Hij tot mij: Hebt gij gezien, mensenkind, wat de oudsten van het huis Israels doen in de duisternis, een ieder in zijn gebeelde binnenkameren? want zij zeggen: De HEERE ziet ons niet, de HEERE heeft het land verlaten.

Lees heel Ezechiël 8 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees Ezechiël 8:11-12 in de interactieve Bijbel →