Ezechiël 47:5-7

Statenvertaling · De beek uit de tempel

5Voorts mat hij nog duizend, en het was een beek, waar ik niet kon doorgaan; want de wateren waren hoge wateren, waar men door zwemmen moest, een beek, waar men niet kon doorgaan.

6En hij zeide tot mij: Hebt gij het gezien, mensenkind? Toen voerde hij mij, en bracht mij weder tot aan den oever der beek.

7Als ik wederkeerde, ziet, zo was er aan den oever der beek zeer veel geboomte, van deze en van gene zijde.

Lees heel Ezechiël 47 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees Ezechiël 47:5-7 in de interactieve Bijbel →