Ezechiël 40:26-28

Statenvertaling · De poorten en voorhoven van de nieuwe tempel

26En haar opgangen waren van zeven trappen, en haar voorhuizen waren voor aan dezelve; en zij had palmbomen, een van deze, en een van gene zijde aan haar posten.

27Ook was er een poort in het binnenste voorhof, den weg naar het zuiden; en hij mat van poort tot poort, den weg naar het zuiden, honderd ellen.

28Voorts bracht hij mij door de zuiderpoort tot het binnenvoorhof; en hij mat de zuiderpoort naar deze maten.

Lees heel Ezechiël 40 →

Bijbelse onderwerpen bij dit hoofdstuk

Lees Ezechiël 40:26-28 in de interactieve Bijbel →