Ezechiël 30:21-22

Statenvertaling · Het oordeel over Egypte

21Mensenkind! Ik heb den arm van Farao, den koning van Egypte, verbroken; en ziet, hij zal niet verbonden worden, met pleisters op te leggen, met een windeldoek aan te doen, om dien te verbinden, om dien te sterken, dat hij het zwaard houde.

22Daarom zegt de Heere HEERE alzo: Ziet, Ik wil aan Farao, den koning van Egypte, en zal zijn armen verbreken, beide den sterken en den verbrokenen; en Ik zal het zwaard uit zijn hand doen vallen.

Lees heel Ezechiël 30 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees Ezechiël 30:21-22 in de interactieve Bijbel →