Ezechiël 22:8-12

Statenvertaling · Jeruzalems zonden

8Mijn heilige dingen hebt gij veracht, en Mijn sabbatten hebt gij ontheiligd.

9Achterklappers zijn in u geweest om bloed te vergieten, en in u hebben zij op de bergen gegeten, zij hebben schandelijkheid in het midden van u gedaan.

10Men heeft de schaamte des vaders in u ontdekt; die onrein was door afzondering, hebben zij in u verkracht.

11Daartoe heeft de een gruwel gedaan met zijns naasten huisvrouw, en een ander heeft zijns zoons vrouw met schandelijkheid verontreinigd; nog een ander heeft in u zijn zuster, zijns vaders dochter; verkracht.

12Zij hebben geschenken in u genomen, om bloed te vergieten; woeker en overwinst hebt gij genomen, en gij hebt gierigheid gepleegd aan uw naaste door verdrukking; maar gij hebt Mijner vergeten, spreekt de Heere HEERE.

Lees heel Ezechiël 22 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees Ezechiël 22:8-12 in de interactieve Bijbel →