Ezechiël 20:9-12

Statenvertaling · De les der geschiedenis

9Doch Ik deed het om Mijns Naams wil, opdat hij niet ontheiligd wierde voor de ogen der heidenen, in welker midden zij waren; aan welke Ik Mij, voor derzelver ogen, bekend gemaakt heb, om hen uit Egypteland uit te voeren.

10En Ik voerde hen uit Egypteland, en bracht hen in de woestijn.

11Daar gaf Ik hun Mijn inzettingen, en maakte hun Mijn rechten bekend, dewelke, zo ze een mens doet, zal hij door dezelve leven.

12Daartoe ook gaf Ik hun Mijn sabbatten, om een teken te zijn tussen Mij en tussen hen, opdat zij zouden weten, dat Ik de HEERE ben, Die hen heilige.

Lees heel Ezechiël 20 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees Ezechiël 20:9-12 in de interactieve Bijbel →