Ezechiël 18:4-7

Statenvertaling · Ieder mens persoonlijk verantwoordelijk

4Ziet, alle zielen zijn Mijne; gelijk de ziel des vaders, alzo ook de ziel des zoons, zijn Mijne; de ziel, die zondigt, die zal sterven.

5Wanneer nu iemand rechtvaardig is, en doet recht en gerechtigheid;

6Niet eet op de bergen, en zijn ogen niet opheft tot de drekgoden van het huis Israels; noch de huisvrouw zijns naasten verontreinigt, noch tot de afgezonderde vrouw nadert;

7En niemand verdrukt, den schuldenaar zijn pand wedergeeft, geen roof rooft, den hongerige zijn brood geeft, en den naakte met kleding bedekt;

Lees heel Ezechiël 18 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees Ezechiël 18:4-7 in de interactieve Bijbel →