Exodus 9:27-28

Statenvertaling · De vijfde plaag: Veepest

27Toen schikte Farao heen, en hij riep Mozes en Aaron, en zeide tot hen: Ik heb mij ditmaal verzondigd; de HEERE is rechtvaardig; ik daarentegen en mijn volk zijn goddelozen!

28Bidt vuriglijk tot den HEERE (want het is genoeg), dat geen donder Gods noch hagel meer zij; dan zal ik ulieden trekken laten, en gij zult niet langer blijven.

Lees heel Exodus 9 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees Exodus 9:27-28 in de interactieve Bijbel →