Exodus 33:17-20

Statenvertaling · Mozes vraagt de heerlijkheid des Heren te zien

17Toen zeide de HEERE tot Mozes: Ook deze zelfde zaak, die gij gesproken hebt, zal Ik doen, dewijl gij genade gevonden hebt in Mijn ogen, en Ik u bij name ken.

18Toen zeide hij: Toon mij nu Uw heerlijkheid!

19Doch Hij zeide: Ik zal al Mijn goedigheid voorbij uw aangezicht laten gaan, en zal den Naam des HEEREN uitroepen voor uw aangezicht; maar Ik zal genadig zijn, wien Ik zal genadig zijn, en Ik zal Mij ontfermen, over wien Ik Mij ontfermen zal.

20Hij zeide verder: Gij zoudt Mijn aangezicht niet kunnen zien; want Mij zal geen mens zien, en leven.

Lees heel Exodus 33 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees Exodus 33:17-20 in de interactieve Bijbel →