Exodus 33:14-17

Statenvertaling · Mozes vraagt de heerlijkheid des Heren te zien

14Hij dan zeide: Zou Mijn aangezicht moeten medegaan, om u gerust te stellen?

15Toen zeide hij tot Hem: Indien Uw aangezicht niet medegaan zal, doe ons van hier niet optrekken!

16Want waarbij zou nu bekend worden, dat ik genade gevonden heb in Uw ogen, ik en Uw volk? Is het niet daarbij, dat Gij met ons gaat? Alzo zullen wij afgezonderd worden, ik en Uw volk, van alle volk, dat op den aardbodem is.

17Toen zeide de HEERE tot Mozes: Ook deze zelfde zaak, die gij gesproken hebt, zal Ik doen, dewijl gij genade gevonden hebt in Mijn ogen, en Ik u bij name ken.

Lees heel Exodus 33 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees Exodus 33:14-17 in de interactieve Bijbel →