Exodus 32:26-27

Statenvertaling · Het gouden kalf

26Zo bleef Mozes staan in de poort des legers, en zeide: Wie den HEERE toebehoort, kome tot mij! Toen verzamelden zich tot hem al de zonen van Levi.

27En hij zeide tot hen: Alzo zegt de HEERE, de God van Israel: Een ieder doe zijn zwaard aan zijn heup; gaat door en keert weder, van poort tot poort in het leger, en een iegelijk dode zijn broeder, en elk zijn vriend, en elk zijn naaste!

Lees heel Exodus 32 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees Exodus 32:26-27 in de interactieve Bijbel →