Statenvertaling · Het reukofferaltaar
19Dat Aaron en zijn zonen zich daaruit wassen, hun handen en voeten.
20Wanneer zij in de tent der samenkomst zullen gaan, zo zullen zij zich met water wassen, opdat zij niet sterven; of wanneer zij tot het altaar naderen, om te dienen, dat zij het vuuroffer den HEERE aansteken;