Exodus 29:2-8

Statenvertaling · De priesterwijding

2En ongezuurd brood, en ongezuurde koeken, met olie gemengd, en ongezuurde vladen, met olie bestreken; van tarwemeelbloem zult gij dezelve maken.

3En gij zult ze in een korf leggen, en zult ze in den korf toebrengen, met den var en de twee rammen.

4Alsdan zult gij Aaron en zijn zonen doen naderen aan de deur van de tent der samenkomst; en gij zult hen met water wassen.

5Daarna zult gij de klederen nemen, en Aaron den rok, en den mantel des efods, en den efod, en den borstlap aandoen; en gij zult hem omgorden met den kunstelijken riem des efods.

6En gij zult den hoed op zijn hoofd zetten; de kroon der heiligheid zult gij aan den hoed zetten.

7En gij zult de zalfolie nemen, en op zijn hoofd gieten; alzo zult gij hem zalven.

8Daarna zult gij zijn zonen doen naderen, en zult hen de rokken doen aantrekken.

Lees heel Exodus 29 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees Exodus 29:2-8 in de interactieve Bijbel →