Exodus 26:25-32

Statenvertaling · De tabernakel

25Alzo zullen de acht berderen zijn met hun zilveren voeten, zijnde zestien voeten; twee voeten onder een berd, wederom twee voeten onder een berd.

26Gij zult ook richelen maken van sittimhout; vijf aan de berderen van de ene zijde des tabernakels;

27En vijf richelen aan de berderen van de andere zijde des tabernakels; alsook vijf richelen aan de berderen van de zijde des tabernakels, aan de beide zijden westwaarts.

28En de middelste richel zal midden aan de berderen zijn, doorschietende van het ene einde tot het andere einde.

29En gij zult de berderen met goud overtrekken, en hun ringen (de plaatsen voor de richelen) zult gij van goud maken; de richelen zult gij ook met goud overtrekken.

30Dan zult gij den tabernakel oprichten naar zijn wijze, die u op den berg getoond is.

31Daarna zult gij een voorhang maken, van hemelsblauw, en purper, en scharlaken, en fijn getweernd linnen; van het allerkunstelijkste werk zal men dien maken, met cherubim.

32En gij zult hem hangen aan vier pilaren van sittim hout, met goud overtogen; hun haken zullen van goud zijn; staande op vier zilveren voeten.

Lees heel Exodus 26 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees Exodus 26:25-32 in de interactieve Bijbel →