Exodus 22:29-30

Statenvertaling · Voorschriften inzake het eigendom van de naaste

29Uw volheid en uw tranen zult gij niet uitstellen; den eerstgeborene uwer zonen zult gij Mij geven.

30Desgelijks zult gij doen met uw ossen en met uw schapen; zeven dagen zullen zij bij hun moeder zijn, op den achtsten dag zult gij ze Mij geven.

Lees heel Exodus 22 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees Exodus 22:29-30 in de interactieve Bijbel →