Exodus 22:26-27

Statenvertaling · Voorschriften inzake het eigendom van de naaste

26Indien gij enigszins uws naasten kleed te pand neemt, zo zult gij het hem wedergeven, eer de zon ondergaat;

27Want dat alleen is zijn deksel, het is zijn kleed over zijn huid; waarin zou hij liggen? Het zal dan geschieden, wanneer hij tot Mij roept, dat Ik het zal horen; want Ik ben genadig!

Lees heel Exodus 22 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees Exodus 22:26-27 in de interactieve Bijbel →