Exodus 17:11-14

Statenvertaling · Massa en Meriba

11En het geschiedde, terwijl Mozes zijn hand ophief, zo was Israel de sterkste; maar terwijl hij zijn hand nederliet, zo was Amalek de sterkste.

12Doch de handen van Mozes werden zwaar; daarom namen zij een steen, en legden dien onder hem, dat hij daarop zat; en Aaron en Hur onderstutten zijn handen, de een op deze, en ander op de andere zijde; alzo waren zijn handen gewis, totdat de zon onderging.

13Alzo dat Jozua Amalek en zijn volk krenkte, door de scherpte des zwaards.

14Toen zeide de HEERE tot Mozes: Schrijf dit ter gedachtenis in een boek, en leg het in de oren van Jozua, dat Ik de gedachtenis van Amalek geheel uitdelgen zal van onder den hemel.

Lees heel Exodus 17 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees Exodus 17:11-14 in de interactieve Bijbel →