Exodus 14:9-10

Statenvertaling · De doortocht door de Schelfzee

9En de Egyptenaars jaagden hen na, en achterhaalden hen, daar zij zich gelegerd hadden aan de zee; al de paarden, de wagens van Farao en zijn ruiters, en zijn heir; nevens Pi-Hachiroth, voor Baal-Zefon.

10Als Farao nabij gekomen was, zo hieven de kinderen Israels hun ogen op, en ziet, de Egyptenaars togen achter hen; en zij vreesden zeer; toen riepen de kinderen Israels tot den HEERE.

Lees heel Exodus 14 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees Exodus 14:9-10 in de interactieve Bijbel →