Exodus 14:21-23

Statenvertaling · De doortocht door de Schelfzee

21Toen Mozes zijn hand uitstrekte over de zee, zo deed de HEERE de zee weggaan, door een sterken oostenwind, dien gansen nacht, en maakte de zee droog, en de wateren werden gekliefd.

22En de kinderen Israels zijn ingegaan in het midden van de zee, op het droge; en de wateren waren hun een muur, aan hun rechter hand en aan hun linkerhand.

23En de Egyptenaars vervolgden hen, en gingen in, achter hen, al de paarden van Farao, zijn wagenen en zijn ruiteren, in het midden van de zee.

Lees heel Exodus 14 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees Exodus 14:21-23 in de interactieve Bijbel →