Exodus 12:30-31

Statenvertaling · De instelling van het Pascha

30En Farao stond op bij nacht, hij en al zijn knechten, en al de Egyptenaars; en er was een groot geschrei in Egypte; want er was geen huis, waarin niet een dode was.

31Toen riep hij Mozes en Aaron in den nacht, en zeide: Maakt u op, trekt uit het midden van mijn volk, zo gijlieden als de kinderen van Israel; en gaat heen, dient den HEERE, gelijk gijlieden gesproken hebt.

Lees heel Exodus 12 →

Bijbelse onderwerpen bij dit hoofdstuk

Lees Exodus 12:30-31 in de interactieve Bijbel →