Exodus 10:27-28

Statenvertaling · De achtste plaag: Sprinkhanen

27Doch de HEERE verhardde Farao's hart; en hij wilde hen niet laten trekken.

28Maar Farao zeide tot hem: Ga van mij! wacht u, dat gij niet meer mijn aangezicht ziet; want op welken dag gij mijn aangezicht zult zien, zult gij sterven!

Lees heel Exodus 10 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees Exodus 10:27-28 in de interactieve Bijbel →