Statenvertaling · De achtste plaag: Sprinkhanen
18En hij ging uit van Farao, en bad vuriglijk tot den HEERE.
19Toen keerde de HEERE een zeer sterken westenwind, die hief de sprinkhanen op, en wierp ze in de Schelfzee; er bleef niet een sprinkhaan over in al de landpalen van Egypte.