Exodus 10:10-11

Statenvertaling · De achtste plaag: Sprinkhanen

10Toen zeide hij tot hen: De HEERE zij alzo met ulieden, gelijk ik u en uw kleine kinderen zal trekken laten: ziet toe, want er is kwaad voor ulieder aangezicht!

11Niet alzo gij, mannen, gaat nu heen, en dient den HEERE; want dat hebt gijlieden verzocht! En men dreef hen uit van Farao's aangezicht.

Lees heel Exodus 10 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees Exodus 10:10-11 in de interactieve Bijbel →