Exodus 1:20-22

Statenvertaling · Israël in Egypte onderdrukt

20Daarom deed God aan de vroedvrouwen goed; en dat volk vermeerderde, en het werd zeer machtig.

21En het geschiedde, dewijl de vroedvrouwen God vreesden, zo bouwde Hij haar huizen.

22Toen gebood Farao aan al zijn volk, zeggende: Alle zonen, die geboren worden, zult gij in de rivier werpen, maar al de dochteren in het leven behouden.

Lees heel Exodus 1 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees Exodus 1:20-22 in de interactieve Bijbel →