Exodus 1:17-21

Statenvertaling · Israël in Egypte onderdrukt

17Doch de vroedvrouwen vreesden God, en deden niet, gelijk als de koning van Egypte tot haar gesproken had, maar zij behielden de knechtjes in het leven.

18Toen riep de koning van Egypte de vroedvrouwen, en zeide tot haar: Waarom hebt gij deze zaak gedaan, dat gij de knechtjes in het leven behouden hebt?

19En de vroedvrouwen zeiden tot Farao: Omdat de Hebreinnen niet zijn gelijk de Egyptische vrouwen; want zij zijn sterk; eer de vroedvrouw tot haar komt, zo hebben zij gebaard.

20Daarom deed God aan de vroedvrouwen goed; en dat volk vermeerderde, en het werd zeer machtig.

21En het geschiedde, dewijl de vroedvrouwen God vreesden, zo bouwde Hij haar huizen.

Lees heel Exodus 1 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees Exodus 1:17-21 in de interactieve Bijbel →