Esther 8:7-8

Statenvertaling · Het bevel van de koning ten gunste der Joden

7Toen zeide de koning Ahasveros tot de koningin Esther en tot Mordechai, den Jood: Ziet, het huis van Haman heb ik Esther gegeven, en hem heeft men aan de galg gehangen, omdat hij zijn hand aan de Joden geslagen had.

8Schrijft dan gijlieden voor de Joden, zoals het goed is in uw ogen, in des konings naam, en verzegelt het met des konings ring; want het schrift, dat in des konings naam geschreven, en met des konings ring verzegeld is, is niet te wederroepen.

Lees heel Esther 8 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees Esther 8:7-8 in de interactieve Bijbel →