Deuteronomium 33:6-9

Statenvertaling · De zegen van Mozes

6Dat Ruben leve, en niet sterve, en dat zijn lieden van getal zijn!

7En dit is van Juda, dat hij zeide: Hoor, HEERE! de stem van Juda! en breng hem weder tot zijn volk; zijn handen moeten hem genoegzaam zijn, en zijt Gij hem een Hulp tegen zijn vijanden!

8En van Levi zeide hij: Uw Thummim en Uw Urim zijn aan den man, Uw gunstgenoot; dien Gij verzocht hebt in Massa, met welken Gij getwist hebt aan de wateren van Meriba.

9Die tot zijn vader en tot zijn moeder zeide: Ik zie hem niet; en die zijn broederen niet kende, en zijn zonen niet achtte; want zij onderhielden Uw woord, en bewaarden Uw verbond.

Lees heel Deuteronomium 33 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees Deuteronomium 33:6-9 in de interactieve Bijbel →