Statenvertaling · De zegen van Mozes
13En van Jozef zeide hij: Zijn land zij gezegend van den HEERE, van het uitnemendste des hemels, van den dauw, en van de diepte, die beneden is liggende;
14En van de uitnemendste inkomsten der zon, en van de uitnemendste voortzetting der maan;
15En van het voornaamste der oude bergen, en van het uitnemendste der eeuwige heuvelen;