Statenvertaling · Het lied van Mozes
1Neig de oren, gij hemel, en ik zal spreken; en de aarde hore de redenen mijns monds.
2Mijn leer druipe als een regen, mijn rede vloeie als een dauw; als een stofregen op de grasscheutjes, en als druppelen op het kruid.
3Want ik zal den Naam des HEEREN uitroepen; geeft onzen God grootheid!