Statenvertaling · De overwinning op koning Og
21Ook gebood ik Jozua ter zelfder tijd, zeggende: Uw ogen zien alles, wat de HEERE, ulieder God, aan deze twee koningen gedaan heeft; alzo zal de HEERE aan alle koninkrijken doen, naar welke gij henen doortrekt.
22Vreest ze niet; want de HEERE, uw God, strijdt voor ulieden.