Deuteronomium 29:19-20

Statenvertaling · Vernieuwing van het verbond met God

19En het geschiede, als hij de woorden dezes vloeks hoort, dat hij zichzelven zegene in zijn hart, zeggende: Ik zal vrede hebben, wanneer ik schoon naar mijns harten goeddunken zal wandelen, om den dronkene te doen tot den dorstige.

20De HEERE zal hem niet willen vergeven; maar alsdan zal des HEEREN toorn en ijver roken over denzelven man, en al de vloek, die in dit boek geschreven is, zal op hem liggen; en de HEERE zal zijn naam van onder den hemel uitdelgen.

Lees heel Deuteronomium 29 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees Deuteronomium 29:19-20 in de interactieve Bijbel →