Deuteronomium 28:50-51

Statenvertaling · Zegen en vloek

50Een volk, stijf van aangezicht, dat het aangezicht des ouden niet zal aannemen, noch den jonge genadig zijn.

51En het zal de vrucht uwer beesten, en de vrucht uws lands opeten, totdat gij verdelgd zult zijn; hetwelk u geen koren, most noch olie, voortzetting uwer koeien noch kudden van uw klein vee zal overig laten, totdat Hij u verdoe.

Lees heel Deuteronomium 28 →

Bijbelse onderwerpen bij dit hoofdstuk

Lees Deuteronomium 28:50-51 in de interactieve Bijbel →