Statenvertaling · Wie niet in de gemeente des Heren mogen komen
22Maar als gij nalaat te beloven, zo zal het geen zonde in u zijn.
23Wat uit uw lippen gaat, zult gij houden en doen; gelijk als gij den HEERE, uw God, een vrijwillig offer beloofd hebt, dat gij met uw mond gesproken hebt.