Deuteronomium 22:13-14

Statenvertaling · Weggeraakt goed

13Wanneer een man een vrouw zal genomen hebben, en tot haar ingegaan zijnde, alsdan haar zal haten,

14En haar oorzaak van naspraak zal opleggen, en een kwaden naam over haar uitbrengen, en zeggen: Deze vrouw heb ik genomen, en ben tot haar genaderd, maar heb den maagdom aan haar niet gevonden;

Lees heel Deuteronomium 22 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees Deuteronomium 22:13-14 in de interactieve Bijbel →