Deuteronomium 21:22-23

Statenvertaling · Verzoening van een onopgeloste moord

22Voorts, wanneer in iemand een zonde zal zijn, die het oordeel des doods waardig is, dat hij gedood zal worden, en gij hem aan het hout zult opgehangen hebben;

23Zo zal zijn dood lichaam aan het hout niet overnachten; maar gij zult het zekerlijk ten zelven dage begraven; want een opgehangene is Gode een vloek. Alzo zult gij uw land niet verontreinigen, dat u de HEERE, uw God, ten erve geeft.

Lees heel Deuteronomium 21 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees Deuteronomium 21:22-23 in de interactieve Bijbel →