Deuteronomium 2:4-5

Statenvertaling · De tocht langs Edom, Moab en Ammon

4En gebied het volk, zeggende: Gij zult doortrekken aan de landpale uwer broederen, de kinderen van Ezau, die in Seir wonen; zij zullen wel voor u vrezen; maar gij zult u zeer wachten.

5Mengt u niet met hen; want Ik zal u van hun land niet geven, ook niet tot de betreding van een voetzool; want Ik heb Ezau het gebergte Seir ter erfenis gegeven.

Lees heel Deuteronomium 2 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees Deuteronomium 2:4-5 in de interactieve Bijbel →