Deuteronomium 2:30-32

Statenvertaling · De tocht langs Edom, Moab en Ammon

30Maar Sihon, de koning van Hesbon, wilde ons door hetzelve niet laten doortrekken; want de HEERE,, uw God, verhardde zijn geest, en verstokte zijn hart, opdat Hij hem in uw hand gave, gelijk het is te dezen dage.

31En de HEERE zeide tot mij: Zie, Ik heb begonnen Sihon en zijn land voor uw aangezicht te geven; begin dan te erven, om zijn land erfelijk te bezitten.

32En Sihon toog uit ons tegemoet, hij en al zijn volk, ten strijde, naar Jahaz.

Lees heel Deuteronomium 2 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees Deuteronomium 2:30-32 in de interactieve Bijbel →