Deuteronomium 17:14-15

Statenvertaling · Straf op afgoderij

14Wanneer gij zult gekomen zijn in het land, dat u de HEERE, uw God, geeft, en gij dat erfelijk zult bezitten en daarin wonen, en gij zeggen zult: Ik zal een koning over mij stellen, als al de volken, die rondom mij zijn;

15Zo zult gij ganselijk tot koning over u stellen, dien de HEERE, uw God, verkiezen zal; uit het midden uwer broederen zult gij een koning over u stellen; gij zult niet vermogen over u te zetten een vreemden man, die uw broeder niet zij.

Lees heel Deuteronomium 17 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees Deuteronomium 17:14-15 in de interactieve Bijbel →