Deuteronomium 15:2-3

Statenvertaling · Het sabbatsjaar

2Dit nu is de zaak der vrijlating, dat ieder schuldheer, die zijn naaste zal geleend hebben, vrijlate; hij zal zijn naaste of zijn broeder niet manen, dewijl men den HEERE een vrijlating heeft uitgeroepen.

3Den vreemde zult gij manen; maar wat gij bij uw broeder hebt, zal uw hand vrijlaten;

Lees heel Deuteronomium 15 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees Deuteronomium 15:2-3 in de interactieve Bijbel →