Deuteronomium 14:1-2

Statenvertaling · Verboden rouwgebruiken

1Gijlieden zijt kinderen des HEEREN, uws Gods; gij zult uzelven niet snijden, noch kaalheid maken tussen uw ogen, over een dode.

2Want gij zijt een heilig volk den HEERE, uw God; en u heeft de HEERE verkoren, om Hem tot een volk des eigendoms te zijn, uit al de volken, die op den aardbodem zijn.

Lees heel Deuteronomium 14 →

Bijbelse onderwerpen bij dit hoofdstuk

Lees Deuteronomium 14:1-2 in de interactieve Bijbel →