Deuteronomium 12:1-4

Statenvertaling · De ene plaats van eredienst

1Dit zijn de inzettingen en de rechten, die gijlieden zult waarnemen om te doen, in dat land, hetwelk u de HEERE, uwer vaderen God, gegeven heeft, om het te erven; al de dagen, die gijlieden op den aardbodem leeft.

2Gij zult ganselijk vernielen al de plaatsen, alwaar de volken, die gij zult erven, hun goden gediend hebben; op de hoge bergen, en op de heuvelen, en onder allen groenen boom.

3En gij zult hun altaren afwerpen, en hun opgerichte beelden verbreken, en hun bossen met vuur verbranden, en de gesneden beelden hunner goden nederhouwen; en gij zult hun naam te niet doen uit diezelve plaats.

4Gij zult den HEERE, uw God, alzo niet doen!

Lees heel Deuteronomium 12 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees Deuteronomium 12:1-4 in de interactieve Bijbel →